Mama - 21/08/2025

Lieve, lieve mama,

Het zal je wellicht verbazen, maar ik vind het moeilijk om nu de juiste woorden te vinden. Want hoe neem je afscheid van een moeder die in al haar eenvoud toch ook weer zo bijzonder was?

Want je was veel, zo veel!

Je was lief en mooi, onze papa vertelde dat wel eens: dat hij destijds verliefd werd op je prachtige haren, met hun zeldzame tint van acajou. En dat je toen het mooiste meisje op Rillaar Kermis was.

Je was ook altijd in de weer. Je was nog van de generatie moeders die elke vrijdag de stoep schuurden, dus je trok me groot in een kraaknette wereld. Je wou me hoe dan ook beschermen tegen al wat vuil en smerig was, letterlijk en figuurlijk, je wou me behoeden voor alle kwaad.

Maar je leerde me ook hoe ik me alsnog kon weren tegen sombere dagen. Jouw doorzettingsvermogen was en blijft daarbij mijn grote voorbeeld. De moed waarmee jij, na tegenslag of verdriet-want dat kent helaas elk mensenleven- toch telkens weer rechtop krabbelde en met flinke moed weer doorging, was van een ongekend niveau. Dat heb je ook nog onherroepelijk bewezen tijdens je laatste jaren.

Je steeds frèler wordende lijfje takelde langzaam af, maar in je hoofd bleef je eeuwig optimistisch en bij de pinken. We hebben elkaar 65 jaar gekend, dus ik nu ga verder met veel herinneringen. Er zijn de grootse dingen, zoals jouw lieve lach en hoe onvoorwaardelijk je kon houden van. Niet alleen van mij, maar ook van onze papa en van Iris en Wim. Wij waren je grootste schatten.

Maar ook je kleine kantjes neem ik mee. Hoe heerlijk vals je kon zingen, bijvoorbeeld. Of hoe je kon genieten van een zachte crème op je gevoelige velletje. Dat laatste heb ik trouwens helemaal van jou.

We hebben veel gepraat, tijdens al die jaren. In alle toonaarden zelfs, want we waren het niet altijd eens en ik was zeker niet altijd het makkelijkste kind. Maar telkens kwam het binnen de kortste keren weer goed, want je kon ook heel goed luisteren, beduidend beter dan ik!

Maar onze mooiste gesprekken hadden we tijdens je laatste dagen, toen je wereld langzaamaan wazig en stil werd. Je stem werd met het uur wat zwakker, maar de voornaamste dingen werden nog gezegd, met jouw hand in de mijne. Dat je bij mijn geboorte zo blij was dat ik een meisje was. En dat je hoopte dat je het allemaal een beetje goed had gedaan. En ik kon jou nog vertellen dat dit zonder meer je grootste prestatie was, dat je simpelweg de allerbeste moeder bent geweest.

Je hield van me, op jouw eigen, grenzeloze manier. Met meer aandacht dan ik waarschijnlijk verdiende. Maar heel zeker met meer liefde dan ik ooit had kunnen teruggeven.

Dank je wel voor alles, lieve mama.

Reageer via    






Naderhand - 13/09/2025

Hoe pijnlijk het verlies van een moeder ook kan zijn, op een dag moet het leven toch worden hervat. Ik besluit dan ook vrij snel om gewoon weer aan het werk te gaan, weliswaar met enige schroom, want misschien lijkt dit wel heel erg kil en koud. Dat ik gewoon weer overschakel naar de orde van de dag, alsof het allemaal niet zo erg was. Terwijl niks minder waar is natuurlijk. Maar ik leef deze dagen blijkbaar helemaal naar haar beeld en gelijkenis, want zo heeft zij het me geleerd: opstaan en weer doorgaan.

Dus ik gehoorzaam, nog steeds als een braaf kind. Er bestaan hoe dan ook geen vaste regels voor rouwen. Niemand weet me te zeggen hoelang het proces duurt en waar en wanneer de vlagen van verdriet zullen oplaaien. Ja, blijkbaar op onbewaakte momenten en liefst in alle hevigheid, daar ben ik ook al achter, maar ook dat is weer bij iedereen anders. Er zijn ook mensen die de klok rond huilen en anderen die dan weer onredelijk kwaad worden, er bestaat geen handleiding voor. Dus ik modder maar wat aan. Het gaat op en af, ik schuifel heen en weer tussen hoofd- en bijzaken, tussen verlies en nieuwe hoop. Ik draai haar allerlaatste wasje en jank me de ogen uit m'n hoofd. Of ik ga fietsen, nergens heen, en ben blij om de wind in m'n haren. Waarna ik me dan weer ellendig voel, want ik word waarschijnlijk verondersteld vooral triest te zijn. Het is verwarrend en het wringt en het is te zot voor woorden.

Maar misschien is dat ook wel de betekenis van rouwen: stilletjes weer gaan zoeken naar de lichtpuntjes in dit bestaan. En dus ook durven aanvaarden dat rouwen je dagen niet enkel wikkelt in een dichte sluier van verdriet, maar dat er ook af en toe weer een glimlach mag verschijnen.

Dat er altijd wel ergens iets moois schuilt voelde ik hoe dan ook al tijdens die eerste dagen na haar heengaan. Er was (en is) de warmte van mijn familie, de welgemeende steunbetuigingen van vrienden en kennissen, de knuffels van collega's. Zelden kreeg ik zoveel zachte kneepjes in m'n schouders of bemoedigende klopjes op m'n rug. Mensen die me belden of mailden: hé, hoe gaat het nu met jou?

En zelfs in de donkerste momenten, de dagen dat haar afscheid steeds dichterbij kwam en wij waakten bij haar bed, was er de schoonheid van het zorgpersoneel rondom haar. Ik zag hoe zij alles in het werk stelden om haar pijn en onrust te verzachten. Hoe ze nog werd verwend met piepkleine, zachte vanillewafeltjes en een bekertje warme chocomelk. Ze brachten haar nog een schoteltje met frietjes en mayonaise, niet eens het menu van de dag. Haar droge lippen werden voorzichtig gedept met een zacht doekje en ze kreeg haar mooiste pyjama aan, want ze bleef fier tot het eind.

"Ik lig er toch niet te lelijk bij hè", vroeg ze nog de dag voor ze heenging.

Ze werd liefdevol omringd door mooie mensen. Verpleegsters streelden nog eens door haar haren, vrijwilligers aaiden over haar wang. De jongen van de keuken kwam een beetje verlegen afscheid nemen. En medebewoners werden op simpel verzoek nog eens haar kamer binnengerold.

Ik zal ze nooit genoeg kunnen bedanken, al die helden van De Sterre, ze vallen niet zomaar te categoriseren onder de banale, algemene noemer van 'personeel'. Dit is heel zeker personeel met een hart. Ik ben, ergens bij valavond, nog eens langsgegaan met een mandje streekproducten, ik wist niks beters te bedenken. Want het leek me maar een schamel cadeau voor mensen die eigenlijk, één voor één, goud waard zijn.

Ik ben die avond ook nog even gewandeld tot aan kamer 218, de plek waar mama haar laatste jaren verbleef, een optrekje dat-zelfs voor mij- intussen echt aanvoelde als 'haar thuis'. Ze kreeg daar het nodige respect, ze mocht nog zijn wie ze was, ze was heel zeker niet zomaar een nummer op de gang. Maar daar hing intussen al een nieuw naamplaatje bij de deur, en zo hoort het natuurlijk ook. Ik hoop dat Julia daar nog een even mooie tijd als haar voorgangster zal kennen, ze is alleszins in goede handen.

Intussen ga ik verder, al lijkt het voorlopig nog wat op twijfelend stappen in dichte mist. Maar ik wil blijven zoeken naar een streepje kleur in die nevel, zoals zij het heel zeker had gewild.

Of zoals Leonard Cohen al zong: there's a crack in everything, that's how the light gets in.


Reageer via    


Designed by BootstrapMade - Edited by MT