Generatiekloof(je) - 12/11/2025
Het huis van dochter en schoonzoon is aan een volgende stap van renovatie toe. Na sanering van de wildernis rondom wordt nu ook de binnenkant grondig aangepakt. Lees: quasi volledig gestript, zelfs de vloeren worden uitgegraven. En daarna volgt natuurlijk de wederopbouw, geheel volgens wens en moodboard van beide bouwheren -een gender-overkoepelende benaming trouwens, het begrip 'bouwvrouw' is blijkbaar onbestaande. Toch maar even opgezocht, een mens kan tegenwoordig niet woke genoeg zijn.
De verbouwingen werden zo'n beetje tussen neus en lippen aangekondigd en de aannemer kon vermoedelijk starten ergens eind oktober. De volledige klus zou rond Kerst alweer geklaard zijn. En waarschijnlijk zou de dochter dan tijdens de werken weer even bij mij logeren. De exacte graad van waarschijnlijkheid werd niet specifiek vermeld en ook niet wie er misschien nog zou meekomen- het lief, de Bassets, wie weet wel de vijf poezen? - maar ik bereidde me alvast mentaal voor. Niet dat ik mijn kind niet graag zie komen, maar intussen woon ik alweer een dikke twaalf jaar in m'n eentje en daar moet ik vast geen tekening bij maken: dan is een mens toch lichtjes vastgeroest in soms rare gewoontes. Ik durf wel eens spaghetti te eten met mes en vork bijvoorbeeld. Of vanuit m'n luie zetel naar De Afspraak kijken en luidop meegaan in het debat, absoluut niet gehinderd door overdreven kennis van zaken. Als Gert Verhulst nog eens een tafelspringer zoekt, hij mag me bellen.
Uiteindelijk gebeurt alles nog in een hogere versnelling. Want de werken starten een week vroeger dan voorzien en dochter en schoonzoon besluiten gewoon samen neer te strijken ten huize Thuys. De beestenboel blijft in Schaffen en wordt door middel van beurtrollen en strakke voedingsschema's in leven gehouden. Ik regel zelf ook nog snel een goedgevulde koelkast en inspecteer even mijn zolderverdieping op mogelijke stofvlokken, want dat wordt hun tijdelijke onderdak.
"We gaan er echt een soort van leefkuil van maken, "zegt de dochter, "met onze eigen TV en zo. We willen niet constant op je lip zitten."
En daar komen ze dan, op een zondagmiddag, met een camionette vol kleren en huiselijke spullen. Ik sta al op wacht bij de voordeur.
"Hier zijn we weer!" lacht de dochter, en ze zwaait het hoofdeind van een bed in de lucht.
We krijgen instant de slappe lach, want dat bed- zo'n witmetalen frame met spijlen, landelijke stijl zullen we maar zeggen- is sinds 1998 een vaste waarde in ons bestaan! In den beginne mee op sleeptouw naar elk adres (en dat waren er wel wat) waarop de dochter en ik samen strandden. En later, toen zij elders haar volwassen leven ging leiden, mocht het bed mee in het bescheiden starterspakket. En kijk, negen adressen later doet dat bed nog steeds z'n ding. Lang niet slecht voor wat destijds al een koopje was bij Ikea. Stenhård, die Zweudse möbelen.
"En dit keer mag je het bed houden," zegt de dochter," wij kopen na de verbouwingen wel iets nieuws."
Soms lijkt mijn leven wel een kringwinkel: dingen komen en gaan en komen dan weer terug, een hardnekkig algoritme in mijn bestaan.
Hetzelfde met lang verborgen gevoelens en gewoontes, die zijn ook meteen weer van de partij. Die eeuwige instinctieve drang van het moederdier om te zorgen en te betuttelen. Alsof zelfs kinderen van 36 jaar niet zullen overleven zonder mijn dagelijks gekookte patatjes. Terwijl dochter en schoonzoon dan weer erg volwassen orakelen over taakverdeling en beurtrollen in de keuken. Dus ik schik me min of meer naar de afspraken en mag me dat absoluut niet beklagen want de dochter blijkt een zeer verdienstelijke keukenprinses te zijn, dat heeft ze alvast niet van haar moeder. De schoonzoon is dan weer bijzonder goed vertrouwd met het begrip Take Away, dus we eten lang niet slecht, dezer dagen. Als onze werkdagen wat langer uitlopen komt er nu wel eens een snel bakje Pad Thai op tafel, in m'n eentje kom ik meestal niet verder dan een boterham met choco. Afhaaleten lijkt me ook eerder iets voor luie mensen.
"Typisch Boomer," zegt de dochter, "welkom in onze wereld".
Het is wel best lekker en praktisch natuurlijk en het went dus snel. Maar af en toe voelt onze commune dan toch weer een beetje vreemd. Het is verschieten als er 's morgens nog iemand anders in de keuken staat boterhammen te smeren. En opeens is ook de badkamer niet meer enkel en alleen van mij. Lang geleden dat ik daar nog eens een bus met scheerschuim tegen kwam.
De dochter denkt er min of meer hetzelfde over. Want ze heeft niets tegen moederlijke bekommernis, maar enkel als die van tijdelijke aard is.
"Af en toe voel ik me lichtjes ontheemd," zegt ze.
Mijn doorgedreven opruimwoede maakt het er natuurlijk niet beter op. Want ik blijf onvermoeibaar stoelen weer gemillimeterd recht op hun plaats zetten en potten en pannen toch nog even afspoelen voor ze in de vaatwasser gaan, het is sterker dan mezelf. Af en toe zie ik de dochter veelbetekenend met de ogen rollen.
De schoonzoon onthoudt dan weer zich wijselijk van alle commentaar, zelfs als mijn ovenschotel - nochtans met liefde opgewarmd-nog vrijwel ijskoud op tafel komt. Ik zei het waarschijnlijk al eerder: een crème van een jongen.
"Al bij al doen we het hier samen toch redelijk goed", zegt de dochter, "ik had meer heisa verwacht."
En daar heeft ze een punt. Vroeger hadden we soms verhitte discussies, de pannen rammelden wel eens op het dak. Terwijl we nu aan één woord genoeg hebben en vaak hetzelfde denken. Het is veeleer onze verschillende levensstijl die nu tot verbazing leidt. Dochter en schoonzoon leven in het land van voorgesneden producten, ik schraap nog zelf de worteltjes. Zij drinken Latte Macchiato Caramel en ik gewoon koffie met een wolkje melk. Ik strijk werkelijk alles, de dochter plooit ternauwernood iets op. Het gaat om andere belangen, andere prioriteiten. Ondanks mijn soms verwoede pogingen om bij de tijd te blijven kunnen we hier dan toch spreken van een generatiekloofje. Nog niet onoverbrugbaar, maar toch. Blijkbaar ontkomt niemand aan de tand des tijds, al hobbel je dapper tot je tachtigste op sneakers. Vroeg of laat vaart de volgende generatie toch een nieuwe koers. Niet beter, niet slechter, gewoon anders.
Dus we gaan niet moeilijk doen. Ik ga onbevangen mee aan de Pad Thai. En zij mogen proeven van mijn eigenhandig gekuiste prinsessenboontjes, aangestoofd in een klontje boter.
Best of both worlds.
Reageer via
Sneeuw - 14/12/2025
Al bij al valt er toch wel één en ander te doen, zo in de aftelfase naar einde loopbaan. Niet enkel diep nadenken over wat ik nog voor zinnigs kan ondernemen nadien, maar ook praktische zaken moeten nog geregeld worden. Zo zitten er bijvoorbeeld heel wat voordelen in mijn salaris pakket. Steuntjes in de rug waar ik zelfs niet meer bij stilstond, ik nam ze in de loop der jaren zomaar voor lief. Gemak went snel. Hospitalisatieverzekering, bedrijfswagen, tankkaart, gsm, laptop, dat soort dingen. Uiteraard kreeg ik die zaken niet zomaar cadeau, er moest bij tijd en wijlen best pittig voor gewerkt worden, maar in mijn geval was dat niet echt een opdracht. Ik snauwde af en toe wel eens tegen de wekker, vooral rond zes uur 's ochtends, maar eenmaal rechtop wenkte meestal weer een nieuwe, verrassende dag. Even langs de badkamer, kopje koffie, ontbijtje en dan - de laatste jaren zelfs met zetelverwarming in de rug- richting werkvloer, waar ik dan helemaal mijn ding mocht doen. Geloof me, ga eens dertig jaar lang her en der wat werven en selecteren en je ziet wel saaiere jobs passeren!
Ik maak dus een lijstje van alles wat ik weldra moet inleveren en vervangen en stort me alvast op de aanschaf van een nieuwe wagen. Gezien mijn aanzienlijk palmares van schadegevallen lijkt een leasing formule me nog het voordeligst. Ik maak wat vergelijkende studies op internet en boek een afspraak bij een garage waar ik, mede door al die blutsen en builen, wel eens vaker ben gepasseerd. Ik vertrek bewust op wat hogere hakken. Ik ken namelijk weinig of niks van auto's, dus ik kan maar beter wat indruk maken met sterk zelfvertrouwen in de schoenen.
Mijn missie is verder kort en bondig: ik wil een vinnig wagentje, mag best een beetje sportief zijn. En vooral niet te duur, ik zag auto's sowieso nooit als een rendabele investering, tenzij dan in de prijsklasse die ik me zeker niet kan permitteren. Het ding moet voor mij zelfs niet nieuw en blinkend zijn. Ik ben amper twee minuten in de toonzaal en ik voel mijn voornemen al kantelen. Want daar staat de allernieuwste T-Roc te blinken. En die zag ik afgelopen dagen wel vaker passeren op Facebook, met 'fikse kortingen'. Surf wat rond op internet, zoek wat info over auto's en de algoritmes doen de rest. Helaas blijken die fikse kortingen in real life meestal niet zo fiks te zijn, toch niet nadat je ook de kleine lettertjes hebt gelezen.
"Goh, wel mooi," zucht ik al meteen, recht uit het hart.
Waar de klantvriendelijke verkoper natuurlijk naadloos op inpikt. Ik krijg een gevleugelde bloemlezing over kleur, panoramisch open dak, achteruitrijcamera en binnenbekleding. Er zitten zelfs verlichte make-up spiegels in de zonnekleppen. Alles wat een vrouw zoal kan bekoren, quoi. Een stoer karretje trouwens, ook niet onbelangrijk. Ik trok ooit eens richting Dolomieten in een gammele Peugeot en die bijna-doodservaring ben ik nog lang niet vergeten. Maar in zo'n T-Roc zie ik me wel aangenaam toeren doorheen bergachtige buurlanden.
Ik vraag offertes op voor Easy Lease en Private Lease en ja, ook heel rationeel nog voor een paar andere (meer budgetvriendelijke) merken. Nog even m'n huiswerk maken voor ik beslis, want zo easy vind ik dit allemaal niet.
Wat ook niet zo 'easy' loopt de laatste tijd is de communicatie met mijn vader. Hij is intussen een doorwinterde 90-plusser en sinds vorig jaar ook officieel de oudste van de Thuys-clan. De nieuwe Pater Familias dus en je zou denken: een status om trots op te zijn. Maar zo ziet hij het niet. Aan hem knaagt vooral de eenzaamheid, het gemis van leeftijdsgenoten, van de ouwe getrouwen die afgelopen jaren één voor één uit zijn blikveld zijn verdwenen. Zijn oudste broer, zijn neef, zijn beste vriend, zijn Virginie. Hij zou liefst nog een kaartje gaan leggen met de partners in crime van weleer. Gewoon binnen, aan een houten tafeltje in een gezellig dorpscafé waar men nog nooit van rookverbod heeft gehoord. Waar Vandenbroucke nog een nobele onbekende is. Dagelijks spuwt hij dan ook zijn gal over de man. En bij uitbreiding ook over mij: ik kook 'rare dingen', ik maak nooit tijd voor hem, ik controleer zijn doen en laten. Wat uiteindelijk ook wel waar is. Want hij is van de generatie die spaghetti al exotisch vond, dus bij hem moet je niet afkomen met beetgare groentjes uit de wok. En ik ben inderdaad beperkt in tijd én ik moet er streng op toezien dat hij zijn medicatie correct neemt.
"Ik begrijp je wel," zeg ik.
"Jij begrijpt juist niks," zegt hij nors.
Want hij is slecht ter been en kan amper nog naar buiten, ondanks zijn nieuwe, blitse en bijna supersonische rollator. De drempel bij de deur is een torenhoog obstakel en ik mag hem niet helpen, hij heeft zijn trots en ik heb blijkbaar geen fors. En zijn vrienden zijn niet meer. En er is niks leuks meer op TV, behalve dan Walker, Texas Ranger en dat programmeren ze dan weer ergens midden in de nacht. En van uitgesteld kijken wil hij niet weten. En hij heeft het nu wel gehad met de thuisverpleging, die zeuren al even hard aan zijn oren als ik. En, en, en. Pure frustratie.
"Wat zou je nog graag willen?" vraag ik.
"Terug twintig worden," zegt hij.
Dat zijn zo van die momenten dat ik overweeg om toch maar - en tegen beter weten in- beroep te doen op hogere machten, want zelf weet ik geen zinnig antwoord meer te bedenken. Dus ik wandel op een druilerige zaterdagmorgen naar het kerkhof en klaag daar fluisterend tegen mijn moeder. Of beter gezegd: tegen de muur waarin haar urne werd bijgezet. Maar, als, als! Als er ergens hoog boven die muur toch nog iets groters bestaat zal zij vast wel van de partij zijn, dus het is een poging waard. Ik leg nog wat verse bloemen neer en kijk terloops ook even of ze nog steeds in goed gezelschap is, want er komen met regelmaat nieuwe buren bij.
"Praat jij ook eens met onze Fons, mam" vraag ik, "want ik weet het soms niet meer. Er schitteren twee versierde bomen in huis, maar de vredige Kerstsfeer is ver te zoeken."
Een paar dagen later krijg ik opeens een compliment van mijn vader. Ik heb hem nieuwe sloffen gekocht, zo van die comfortabele instappers van Skechers. Met een warm wolletje aan de binnenkant en een zool met stevige grip
.
"Die zitten goed, "zegt hij, na wat voorzichtig schuifelen in de keuken, achter zijn rollator, "misschien kan je ook schoenen meebrengen van dat merk, voor als ik weer naar buiten kan. Goed gekozen."
Het voelt als een streepje zalf op m'n ziel. Een complimentje!
Ik heb wel vaker tegen spreekwoordelijke muren staan praten, en meestal zonder enig gevolg.
Maar nu ik het dan eens letterlijk deed, wordt mijn bede zomaar verhoord. Sluipt er toch weer wat vreugde in huis en branden de lichtjes niet nodeloos in de boom. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Misschien wordt het dan toch nog een echte, vredevolle Kerst.
Wie weet valt er straks ook nog een vlokje sneeuw.
Maar dat vergat ik nog te vragen.
Reageer via