The remains of the day - 10/04/2022

Laat op een vrijdagmiddag, we snakken al naar de eindmeet, worden toch nog snel wat kwartaalcijfers opgevraagd. Een ijverige preventieadviseur die per direct wil weten hoeveel arbeidsongevallen en van welke ernstgraad dan wel zich bij de uitzendkrachten hebben voorgedaan, meer bepaald tijdens het eerste trimester van dit jaar. Dat zijn zo van die workaholics die waarschijnlijk op zondagavond nog snel een hoop percentages in een taartdiagram gieten, om er dan gewichtig mee uit te pakken op de meeting van maandagmorgen. Meten is weten, weet je wel. Nu, die cijfers zien er behoorlijk goed uit, dus ik hoop dat de man alsnog een aangenaam weekend tegemoet gaat.
Terwijl ik het rapport doormail realiseer ik me ook dat we inderdaad al een groot stuk van het nieuwe jaar achter de rug hebben. Q1/2022 is al volledig in cijfers te vatten. In volzinnen is het dan weer iets minder afgebakend neer te zetten, vooral dan op persoonlijk vlak. Het minste wat ik kan zeggen is dat er in feite bitter weinig plezants te vertellen valt. Dát stuk verleden tijd leek veeleer een aaneenrijging van grijze dagen. Niet in de zin van saai, want er gebeurden best wel opmerkelijke zaken, en heel dikwijls ook voor een spannende allereerste keer, maar alles viel voornamelijk onder de noemer van slecht nieuws: het kwakkelparcours van mijn moeders revalidatie, triestig nieuws binnen mijn kringetje dat insloeg als een clusterbom, het quasi ontroostbare verdriet van een lieve vriendin.
Maar ik zei het al, voor alles is een eerste keer, en een mens moet noodgedwongen blijven relativeren. Want alles kan altijd erger en sommige dingen liggen ook gewoon in de lijn der verwachtingen. Het feit dat een hoogbejaarde moeder minder snel herstelt mag bijvoorbeeld niet verbazen. En uiteindelijk blijft niemand levenslang gespaard van kommer of kwel, dus ik vermoed dat ook ik nu min of meer mijn deel ga krijgen. Los daarvan wil ik toch liefst nog altijd m'n zegeningen tellen, wat ik dan ook moeiteloos doe: er was de zon die verbazend vaak scheen in een maand van maartse buien en mijn kind kan haar geluk niet op na de komst van alweer nieuwe huisgenoten, een koppel (piepjonge en voorlopig dus nog schattige) Vlaamse Reuzen. Ik ben nu eenmaal van de optimistische lichting, ik wil niet oneindig lang treuren om restjes van droeve dagen.
Gezien de huidige stand van zaken aan die kanten zal een eerste keer Sint-Petersburg zien er dit jaar vermoedelijk ook weer niet inzitten, de geplande reis wordt nogmaals uitgesteld. Maar daar komen dan vast weer andere dingen voor in de plaats. Niks spectaculairs neem ik aan, hoogstwaarschijnlijk iets in de orde van waar we nu al mee bezig waren, kleine, misschien wel verwaarloosbare eerste keertjes. Al stel ik vast dat die soms wel veel voldoening geven. Als ik de remmen van mijn vaders rollator laat herstellen bijvoorbeeld, het zorgt voor grote gemoedsrust als hij zich nadien weer de straat op waagt. Of als ik - geheel vrijwillig en zonder grommelen!- een paasboompje versier in de ziekenkamer van mijn moeder, ze kijkt glimlachend toe. Of als ik met onwaarschijnlijk veel geduld een zoompje leg in haar nieuwe pyjama, want de broekspijpen zijn te lang. Niet echt de allereerste keer dat ik met naald en draad aan de slag ga, maar het is alleszins lang geleden en ik moet heel diep nadenken hoe dat ook alweer ging, zo'n rijgsteek. Of er zijn de dagelijkse bezoekjes aan m'n moeder, als ik 's avonds nog even passeer na het werk. We hebben lang niet meer zoveel en zo gezellig gekeuveld als de laatste tijd, want ik had het natuurlijk altijd belachelijk druk met de zogenaamd belangrijke zaken.
"Kan ik nog iets voor je doen?" vraag ik op zo'n avond, net voor ik wil doorgaan, het gaat helaas weer iets minder goed met haar.
"Pak m'n hand nog eens even vast, meisje," zegt ze.
Het is nieuw, ik ben niet de grootste knuffelaar en zij weet dat. Maar toch, zo zitten we plots samen een tijdje zwijgend hand in hand.
En dan doe ik even later nog iets voor de allereerste keer. Op weg naar huis parkeer ik m'n auto naar gewoonte op de parking vlakbij, maar nu zoek ik het donkerste plaatsje, een beetje achterin. Ik doof de lichten, kruis m'n handen over het stuur en leun er loom met mijn voorhoofd op. En dan, zeer in strijd met mijn hardnekkig optimistische trekje, laat ik m'n tranen de vrije loop.
Soms is er dan toch zo'n restje dag dat er langs die weg uit moet. Heel stilletjes in het donker.
Reageer via    






Een PaasKlokje: Bloot - 16/04/2022

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Zo leiden ze me op een doordeweekse avond helemaal naar het noorden van Limburg. Ik heb daar nog snel een afspraak bij een dermatoloog kunnen versieren. Niet meteen in de buurt, maar blijkbaar bij de enige specialist op Belgisch grondgebied die nog dit kalenderjaar een gaatje in zijn agenda had.
Ik vertrek nét iets te laat vanuit het Antwerpse en moet al snel weer vaststellen dat Gods wegen niet enkel ondoorgrondelijk, maar tijdens de avondspits ook verschrikkelijk druk zijn. Drie files later storm ik lichtjes over mijn toeren de wachtkamer binnen, bang dat ik mijn last minute consult alsnog gemist heb. Zes dames kijken me geamuseerd aan.
"Geen haast," stellen ze me gerust, "wij moeten nog allemaal voor jou. En hier is het hoe dan ook altijd lang wachten." Eentje heeft er zelfs ooit drie volle uren op zo'n plastic stoeltje uitgezeten.
Maar dat loont allemaal de moeite, wordt me verzekerd, het is een goeie dokter, hij kent zijn vak. Een lieve man ook. De tongen komen los, er volgt toelichting waarom ze hier met z'n allen gewillig urenlang in een wachtzaaltje willen zitten. Ik verwacht me aan schrikwekkende verhalen over hardnekkige schimmels of verdachte vlekjes, maar nee, al die vrouwen boekten hier voor cosmetische doeleinden. Drie van hen zijn zelfs samen gekomen, voor nog wat extra botox, want de dokter prikt als de beste en vrijwel pijnloos. En je krijgt waar voor je geld, er wordt veelbetekenend gewezen naar drie uiterst gladde voorhoofden.
"Doen we twee keer per jaar," zeggen ze, "en zo met ons kliekje is 't altijd gezelliger."
Intussen denken de mannen op het thuisfront dat hun vrouwen samen ergens een hapje en een drankje nuttigen, die jongens zouden het toch niet begrijpen en die zien niet eens het verschil. Wat dan weer één van de uitzonderlijke kwaliteiten van de dokter blijkt te zijn: hij kan je mooier maken zonder dat iemand het merkt, prijs per behandelde zone natuurlijk niet te nauw genomen.
De dame rechts van mij vertelt dan weer wat zij al achter de kiezen heeft: een borst-én buikwandcorrectie, alles in één klus geklaard. Pijnlijk, zegt ze, maar absoluut geen spijt van. Als ik wil mag ik zelfs even voelen aan haar borsten, hoe zacht die wel gebleven zijn, maar dat gaat me net iets te ver, ik geloof Limburgers meestal op hun woord.
"De man is echt gespecialiseerd in borsten en billen," zegt ze, "dus als je 't ooit eens overweegt."
Uiteraard worden nu ook de ogen vragend op mij gericht. Wat ik dan zo ver van huis kom zoeken?
"Gewoon, jaarlijks nazicht," zeg ik, "ik ben van de sproeterige soort, met een wit velletje. Dus ik laat me preventief controleren."
Daar hebben de dames even niet van terug. Dat je bij een huidspecialist ook daadwerkelijk voor een mogelijk huidprobleem zou langsgaan.
Maar ik stel ze meteen gerust, want ik ben niet heiliger dan de Paus. Zelf ben ik ook niet bang van een prikje, al zoek ik ze dichter bij huis. Een beetje botox, een fillertje, ik heb het allemaal wel eens geprobeerd. Maar nooit op regelmatige basis, meestal vlak na zo'n emotioneel dieptepunt, waarop je als vrouw dan ook nog eens wat aandachtiger in de spiegel kijkt en denkt: 't zal wel zijn, dat Dinges er vandoor is! Eerder sporadisch gebruik dus, een inval van het moment. En het is zoals met een auto: zonder regelmatig onderhoud loopt het vroeg of laat weer helemaal fout. Mijn herwonnen geluk was dus telkens van korte duur. En Dinges kwam ook nooit meer terug.
Het gekke is ook: hoe ouder ik word -en hoe groter dan toch ook de noodzaak- hoe minder ik er mee bezig ben. Ik zal me dan wel nooit kunnen verzoenen met vormeloze fleece truien en de beweging van puur natuur, mijn mascara groeit tenslotte ook niet aan de bomen, maar de hardnekkige jacht op eeuwige jeugd laat ik steeds meer aan de Die Hards over. En de rage van de Powder Brows laat ik ook even aan mij voorbij gaan. Vroeg of laat moet je misschien toch eens proberen te gaan voor die berustende Master in Maturiteit.
Het uiteindelijke consult levert gelukkig geen alarmerende berichten op. En de dokter is inderdaad lief.
"Kan ik verder nog iets betekenen," vraagt hij, "is er nog iets dat je stoort?"
En geloof me, op zo'n moment denkt een vrouw, wel, nu we dan toch hier zijn…En diezelfde avond voel ik toch eens voor alle zekerheid aan m'n borsten en billen, of ook daar alles nog een beetje goed zit.
Ik heb het er een paar dagen later nog over met de dochter. Over die dunne lijn tussen wat wél of liever niet luidop mag gezegd worden, zo buiten de geluiddempende muren van een wachtzaal. Over hoe dubbel het allemaal is. En hoe verleidelijk ook: een paar prikjes en je kan weer een maand of zes door het leven zonder denkrimpel! Terwijl je onderhuids waarschijnlijk gewoon dezelfde doemdenker blijft. En ik vertel haar dat ik er een blogje over schreef, maar dat ik er toch aan twijfel om dat op het net te gooien. Want dat is toch echt helemaal bloot gaan.
"Straks gaan ze nog denken dat ik een verwaande luxetrut ben," zeg ik.
"Daar zou ik me geen zorgen over maken," antwoordt ze, "dat weten ze volgens mij al lang. Ze kennen je schoenencollectie." Reageer via    






De deurbel - 30/04/2022

Ik heb een koppig trekje, maar dat heb ik van geen vreemde, dat komt van vaders kant. Ik heb nooit anders geweten dan dat de man z'n dagen grotendeels invult naar eigen goeddunken en verder wil hij zo weinig mogelijk bemoeienis, ook al is het om bestwil.
Dan mag je prediken en argumenteren tot je nog hooguit een ons weegt, hij denkt er fijntjes het zijne van. Maar nu zitten we samen bij de neuroloog, want sinds kort staat hij beduidend minder stevig op de benen, dus de huisdokter heeft hem even doorverwezen, voor alle zekerheid.
Uiteraard wordt al snel een vermanend vingertje opgestoken richting minder gezonde gewoontes, we bevinden ons hier nu eenmaal op een medisch platform.
"U rookt" zucht de dokter, terwijl hij z'n vragenlijstje afvinkt, "en drinkt u wel eens alcohol, meneer? En hoeveel eenheden?"
"Eenheden," zegt mijn vader, "het zijn gewoon pintjes hoor."
Even goed, maar niet bevorderlijk voor het evenwicht.
"Daar zou je kunnen van verschieten," zegt mijn vader, "en mijn dochter zal het weer niet graag horen, maar na een pilsje of twee stap ik veel soepeler."
De raadpleging eindigt dan ook enigszins voorspelbaar: dat er nog wat verder onderzoek moet gebeuren en dat mijn vader heel zeker niet van plan is wat dan ook aan zijn dagelijkse gewoontes te veranderen.
"Ge zult wel zien," zegt hij, even later in de auto, "die slimmerik gaat me nog een vracht pillen voorschrijven. Daar stoppen ze een mens zo vol mee, ge moet tegenwoordig al veel moeite doen om er nog zo gewoon mogelijk de bijl bij neer te leggen."
Mijn moeder benadert die dingen dan weer compleet anders. Want jawel, ze is terug thuis en helemaal klaar voor een nieuwe start. En alles wat ze heeft opgestoken tijdens haar revalidatie past ze nu ook stipt toe op het thuisfront. Elke avond verdeelt ze met de grootste nauwkeurigheid haar medicatie in zo'n elegant pillendoosje en ze leest aandachtig elke bijsluiter. Ze zweert bij gezond met veel fruit en groenten en mineraal water en vooral niet te veel zoetigheid. Drie keer per week komt nu ook een kinesist aan huis en ze oefent met een verbetenheid, alsof ze moet klaargestoomd worden voor het eerstvolgende debutantenbal. In vol ornaat ook, al wat nieuw en blinkend in de kast hangt wordt ook effectief geshowd en lang niet meer uitsluitend op zondag. Om haar prinsessenstatus helemaal te verfijnen denkt ze ook nog aan een bel.
"Een bel?" vraag ik.
"Ja, een bel, voor als ik dringend iets nodig heb, dat hadden we daar op kortherstel ook."
Het lijkt zo'n beetje een upstairs downstairs verhaal te worden, maar ze heeft natuurlijk een punt. Ik woon een verdieping hoger en er zit nu eenmaal al wat sleet op haar stem, ik hoor niet elke snik. En voorlopig is enige waakzaamheid zeker nog geboden.
"Volgens mij hebben ze die dingen in die winkel van SM," zegt ze. Maar ze bedoelt natuurlijk CM, althans, dat hoop ik toch.
Dus ik ga daar even vragen, hoe dat werkt, zo'n personenalarm. Een zeer vernuftig systeem trouwens, maar net iets te veel hulpverlening voor wat wij nodig hebben, het is niet de bedoeling dat bij elke tingeling ook nog eens één of andere zorgcentrale gealarmeerd wordt, zeker niet aan het tempo dat mijn moeder dreigt te bellen. Ik ken haar, ze durft zich wel eens iets te gretig storten op nieuwe gadgets.
Na nog wat rommelen op internet kom ik tot de conclusie dat een gewone, mobiele deurbel nog de simpelste oplossing kan zijn. Dus ik koop zo'n draadloos exemplaar bij Brico, met twee aparte drukknopjes die mijn moeder zelfs op zak kan steken, en dat ontvangst kastje komt dan boven op mijn verdiep. Eén druk op de knop en ik ben binnen bereik. Ik kies nog met grote zorgvuldigheid de beltoon, iets rustgevends met fluitende vogeltjes, vooral 's nachts wil ik me niet te pletter schrikken.
Die eerste dag met de bel in huis is het even wennen, voor ons allebei. Ik word te pas en te onpas gebeld, soms ook voor niks.
"Ik wou maar eens even checken of de bel het nog doet," zegt mijn moeder dan.
Ik troost me met de gedachte dat trappenlopen uitstekend is voor lijn en conditie. En ik sleep die bel ook overal met me mee, bang dat ik ze misschien niet zal horen. Op de badkamer, in de kelder, ik probeer zelfs het bereik uit in de tuin. En 's avonds wordt het helemaal onnozel, want wie weet word ik wel niet wakker van fluitende vogeltjes? Droom ik dat het echte sijsjes zijn? Dus ik leg de bel, voor alle zekerheid, voorzichtig op het hoofdkussen naast mij, hoe dan ook een lege plaats en waar zich meestal ook geen vogels ophouden.
Zelfs in de meest saaie alledaagsheid van een bestaan kent een mens nog een indrukwekkende diversiteit aan nachten. Warme en kille nachten, woelige, eenzame, passionele, slapeloze, te lange of dan net weer veel te korte nachten. Ook ik zag ze allemaal de revue passeren. En ik fantaseerde er wel eens stilletjes over: waar en met wie en hoe.
Maar nooit, never ever en zelfs niet in mijn stoutste dromen had ik dit kunnen verzinnen: dat ik de lakens ook nog eens zou delen met een deurbel. Reageer via    






Innerlijke kern - 15/05/2022

De tegeltjesfabriek in mijn hoofd draait op volle toeren.
"Pluk de dag, voor je in een vaas eindigt"
"Droom niet je leven, leef je droom"
"Geloof in je geluk, dan krijg je het"
Het soort van levensbeschouwingen waarbij ik meestal denk, ja, vast wel, schilder nog wat meer zweverige wijsheid op een stukje steen. Vooral bij die laatste spreuk heb ik dan m'n bedenkingen. Het lijkt mij namelijk zeer onwaarschijnlijk dat je op zo'n simpele manier geluk kan afdwingen. Alsof het leven volledig kneedbaar is, zolang je er maar in gelooft, de juiste basisprincipes toepast en- deze las ik van de week nog- heel erg dicht bij je innerlijke kern blijft. Wat dat ook moge betekenen.
'Als je wil, kan je alles' luidt het moderne devies. Gods plannen hebben plaats gemaakt voor zelfrealisatie. Ik heb daar zeer mijn twijfels bij. Veel meer dan je stinkende best kan je volgens mij niet doen. En voorts dapper roeien met de riemen die je hebt. En toegegeven, enig optimisme kan daarbij geen kwaad. Maar verder hangt het er toch maar van af waar en bij wie en wanneer je gedropt werd op deze planeet. Als je ergens in Somalië ligt te creperen van de honger denk ik niet dat je op zoek wil naar je innerlijke kern. Dan wil je eten en drinken, punt. Terwijl wij, een eind verder noordwaarts, zo doorvoed zijn dat we denken dat alles maakbaar is, niet enkel gehakballen met appelmoes, maar ook geluk.
Maar goed, ik heb, zoals ze dat hier in Scherpenheuvel zeggen, serieus het zagen. Klagen en zuchten, ik ben er de laatste tijd behoorlijk goed in. Alsof mijn innerlijke kern, die meestal toch overhelt naar de zonnige kant van het leven, ergens onderweg werd volgestouwd met grijze gedachten. En ik ben als de dood dat ze misschien wel pikzwart gaan worden. Tja, dan klampt een mens zich wel eens vast aan een slap strohalmpje. Aan zo'n zweverige zinnetjes bijvoorbeeld.
Ik stel mijn duurzaam gezeur nog maar eens vast als ik, samen met mijn vader, op weg ben naar Leuven. Hij wordt verwacht in de polikliniek van UZ Gasthuisberg, voor een kleine operatie aan z'n linkeroog, wegens cataract. Niet zo uitonderlijk op zijn gezegende leeftijd en volgens de oogarts een volstrekt pijnloze ingreep met uitstekende resultaten.
"Ben je niet nerveus, voor die ingreep?" vraag ik, alvast zuchtend op voorhand.
Mijn vader kijkt me aan alsof hij serieus twijfelt aan het resultaat van z'n opvoeding.
"Met een beetje geluk lees ik overmorgen terug de kleinste lettertjes," zegt hij, "en ik ga ervan uit dat ze niet zomaar in het wilde weg en zonder enige verdoving in m'n oog gaan kerven. We zijn 2022, kind, blij dat ze dit nog kunnen fixen."
Ik loop nog met hem mee tot aan de dagkliniek op niveau -2 en spreek met een uiterst opgewekte verpleegster af dat ze me mag bellen als ik hem weer kan oppikken. Met een beetje chance is dat binnen twee uur, maar het kan natuurlijk altijd uitlopen.
"Waarschijnlijk zie ik je dan straks al van ver staan," zegt mijn vader, één en al optimisme, zeer in tegenstelling tot mezelf. En dan verdwijnt hij, vol vertrouwen en in het kielzog van de nog steeds vrolijk taterende verpleegster, achter de dichtklappende deuren.
"We gaan goed voor je zorgen, meneer," hoor ik haar nog zeggen.
Voor mij liggen dus twee, misschien wel drie blanco uren. Uren van doelloos wachten en ik heb niet eens wat leesvoer bij. Ik voel een volgende zucht al komen. Zeer misplaats trouwens. Want wie gezond en wel door ziekenhuisgangen stapt, kan maar beter de moeite doen om onderweg eens aandachtig rond te kijken. Niet iedereen dartelt hier even vrolijk naar de liften, richting uitgang. Ik kruis soms schrijnende beelden. Gezichten waar pijn zeer duidelijke groeven in gekerfd heeft. Schuifelende patiënten, met holle blik achter een statief. Kindjes met kale hoofdjes. Je vraagt je af welke verhalen daar achter schuilen. Verhalen van verdriet? Ontgoocheling? Spijt? Berusting? Of toch nog hoop?
Het plaatst de dingen alleszins weer in het juiste perspectief, ik heb inderdaad bitter weinig reden tot zuchten. Ik besluit er ook meteen iets aan te doen. Ik loop naar het winkeltje bij de grote inkomhal en schaf me de juiste benodigdheden aan voor een paar uur gedachteloos lummelen in het zonnetje, buiten op een bankje: een voordeelpakket Flair + Libelle en een beker gekoelde, mierzoete Starbuck Caramel Macchiato. Het wordt, tegen alle verwachtingen in, een topmiddag. Zelden heb ik op weekdagen zomaar extra tijd om op een bankje te hangen, verstand op nul, langzaam nippend aan een caloriebom. Het voelt een beetje als vakantie op een warm strand op Cos, met ijskoude Café Frappé binnen handbereik.
Amper twee uur later krijg ik inderdaad al een telefoontje van de dagkliniek: mijn vader mag terug naar huis, alles is vlot verlopen. Ik begeef me, weer volledig opgeladen met zonne energie, naar niveau -2. Onderweg passeer ik nog een snoepautomaat en ik twijfel geen seconde: ik kies schaamteloos de dikste Suzy wafel uit de onderste la.
Vandaag mag m'n innerlijke kern even bomvol suiker.
Kwestie van af en toe toch eens een klein gelukje af te dwingen. Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum





Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via    






Titel - Datum



Reageer via